#1 | juni 2026

Nieuws voor makers

Schrijf je in voor de makersnieuwsbrief!

Oh jee, nóg een nieuwsbrief om je op te abonneren? Yup, absoluut! En we leggen je kort uit waarom jij als muziektheatermaker, of jij die hier interesse in hebt, je hier zonder twijfel graag voor wilt inschrijven.

Allereerst: we gaan je niet spammen. We sturen deze nieuwsbrief alleen als we daadwerkelijk nieuws hebben dat relevant is voor jou als lezer, niet omdat wij zo graag iets willen zenden. Zo sturen we makers op pad om elkaars voorstellingen te bekijken en daar inhoudelijk over te schrijven in de rubriek Door Het Oog van de Maker. Zo duiken we met de ‘Hoe is het nu met…? in de archieven en spreken we oud-Werkplaats-makers die inmiddels zijn uitgewaaierd over de theaterwereld, en over hun leermomenten en ervaringen vertellen; hoe stonden zij ooit in jouw schoenen en waar zijn ze nu terechtgekomen? Er is De Kettingbrief waarin we makers elkaar om advies vragen over dingen waar ze tegenaan lopen. Tot slot delen we natuurlijk ook tips uit het werkveld en praktische tips, zoals castings, open calls, residenties, subsidies en andere kansen die voorbijkomen.

Door het Oog van de Maker: Jannes Coessens zag Aqueerius

Hoe kijkt de ene maker naar het werk van een andere maker? In Door Het Oog van de Maker sturen we muziektheatermakers op pad om elkaars voorstellingen te bezoeken en te analyseren. Zo krijg je niet een recensie zoals je die gewend bent, maar een ‘blik vanuit het vak’: welke keuzes worden gemaakt, wat inspireert, wat verrast of wat roept vragen op?

#1Door Het Oog van.. Jannes Coessens, tekstschrijver Hedda Gabber van Daniëlle Deddens over… Big Fat Trojan Wedding van Aqueerius, dat op 29 mei tijdens O. Festival in première ging en nog de hele zomer te zien zal zijn.

Gezien: 29 mei
Locatie: kleine Walhalla, Tekst: Jannes Coessens over Big Fat Trojan wedding, van Aqueerius.

“Wie geef jij vanavond douze points?” Het is een vraag die vooral associaties oproept met een inmiddels gecancelde muziekwedstrijd. Wat ooit de bakermat van kitschig uitgelichte kumbaya-momenten en bedenkelijk gezongen samenhorigheid was, is verworden tot een politiek ongeloofwaardige poppenkast. De song contest als optimistisch toekomstvoorstel dreigt te vergaan, ware het niet dat collectief Aqueerius er is om het genre nieuw leven in te blazen.

Big fat Trojan Wedding is een knallende songwedstrijd voor een generatie die joy vindt in queerness en niet wegloopt van tegenstellingen. De zoektocht naar the most iconic bitch op mount Olympus is er eentje waarin je je met plezier laat meevoeren. Queer iconen uit het oude Griekenland die niet welkom zijn op het Met Gala maar niettemin performen alsof ze de Super Bowl halftime verzorgen: I love it.

Verwacht bij collectief Aqueerius ook geen platgeproduceerde radiotroep voor tijdens het filerijden. Nee, dit zijn meesterlijk uitgevoerde bangers die je doen verlangen naar een album release. Van een ingetogen Achilles die de relatie met zijn schildknaap Patroclus reclaimt tot aan Sappho die zich manifesteert als oermoeder aller lesbians. Denk riffs, vette auto-tune en (hoera) publieksinteractie waar je niet van in je stoel wil verdwijnen.

Big Fat Trojan Wedding vestigt op het eind nog het wereldrecord voor meest tone-deaf deus ex machina in de theatergeschiedenis met de ongevraagde tussenkomst van oppergod en manosphere-predikant Zeus. Vervolgens laat het collectief zien dat verbinding ondanks tegenstellingen een volwaardig antwoord kan zijn op reactionaire geluiden die steeds luider worden in de samenleving. Wat wij allemaal niet kunnen leren van die Grieken. Big Fat Trojan Wedding is een fantastisch knallende songwedstrijd op een half uur, die iedereen moet zien! 

Hoe is het nu met… FLIP NOORMAN?

Voor de rubriek ‘Hoe is het nu met..?’ spreken we makers die ooit een voorstelling maakten bij Werkplaats Walhalla en inmiddels hun weg hebben gevonden in de grote, wijde theaterwereld. Voor de allereerste editie schuift zanger en theatermaker Flip Noorman aan. Bekend om zijn rauwe stemgeluid, scherpe teksten en het feit dat hij zelden een blad voor de mond neemt.

In 2020 maakte je vanuit Werkplaats Walhalla Amor Fati. Geen doorsnee periode om een voorstelling te maken: corona was aan de orde van de dag en improviseren hoorde ineens net zo goed bij het vak als repeteren.

We zijn benieuwd: hoe ben je destijds eigenlijk bij Werkplaats Walhalla terechtgekomen?

‘Walhalla en ik go way back. Eigenlijk al sinds ik meedeed aan het Amsterdams Kleinkunst Festival met de Wim Sonneveldprijs, toen leerde ik Walhalla kennen. Ik was meteen verkocht door de Kleine Walhalla.

Samen met mijn compagnon Jaap Rovers had ik een project dat De Biecht heette. Dat was een plek waar bevriende kunstenaars werk konden laten zien waar ze zich voor schaamden, of juist iets dat helemaal buiten hun comfortzone lag. We deden dat eerst vaak in de kelder van mijn flat, maar we wilden iets serieuzers. Toen mochten we het in Walhalla organiseren en kwamen we in contact met, onder andere, Rachèl. Tijdens één van onze gesprekken kwamen we uit bij musicals.. Ik vertelde dat ik dat eigenlijk geen leuk genre vond, terwijl het wel alle potentie heeft om dat te zijn. Ik snapte alleen nooit waarom het me niet lukte om ervan te houden. Toen zei Rachèl: “Moet jij niet gewoon eens je eigen musical maken?” Zo ontstond Amor Fati.’

Hoe heb je het ervaren om Amor Fati vanuit de Werkplaats te maken? Verschilde dat van eerdere producties? Had je het gevoel dat er een team achter je stond waarop je kon bouwen?

‘Het leuke aan Amor Fati was dat het totaal buiten mijn comfortzone lag. Ik was misschien al minder een beginnende maker dan de meeste Werkplaatsmakers op dat moment, maar ik had nog nooit iets met teksttoneel gedaan of dialogen geschreven. Ik schreef liedjes, met hier en daar een monoloog ertussen. Dus dit was een spannend project.

Daarbij vond ik het heel fijn dat er meteen een ervaren regisseur bij betrokken was: Arlon Luijten. En nóg leuker vond ik het dat ik met Maria Goos mocht samenwerken om aan de teksten te werken. Zij zei meteen: “Flip, je liedteksten zijn geweldig, maar dit zijn nog geen teksten waarin personages zich ontwikkelen.” Zij heeft me echt geleerd om focus aan te brengen en er een compleet theatraal verhaal van te maken. Die uitdaging vond ik geweldig. Aan de andere kant was het natuurlijk ook gewoon een klotetijd, door corona. Er stond wel een team achter me, maar voor ons allemaal was het een stressvolle periode. Iedereen moest constant improviseren. We hadden een loods geregeld om op anderhalve meter te kunnen repeteren en letterlijk op de eerste repetitiedag werd bekendgemaakt dat er weer een lockdown zou komen. Toen kwam de grote omslag: we besloten een film van de voorstelling te maken. Ook Arlon moest ineens omschakelen van musical naar film. Iedereen deed opeens iets buiten zijn of haar eigen vakgebied. Je merkte echt dat mensen onder hoogspanning stonden. Terugkijkend is het misschien niet mijn meest representatieve project, maar uiteindelijk hebben we wel iets geweldigs gemaakt met z’n allen en ben ik nog steeds heel trots op Amor Fati. Dat het überhaupt gemaakt heeft kunnen worden, is al een pleidooi voor dit team.’

De voorstelling kreeg mooie recensies en het lied De Traditie werd genomineerd voor de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van het jaar. Hoe kijk je daarop terug? En hoe sta je tegenover recensies?

‘Daar krijg ik een onuitstaanbaar ego van. Ik groei daar enorm van, het maakt me onsympathiek en nóg onmogelijker om mee te werken.’ (lacht) ‘Nee, het was natuurlijk heel fijn dat de voorstelling goede recensies kreeg, juist omdat het zo’n rare tijd was om dit te maken. Rachèl noemde het, ten opzichte van andere theaters, een nieuwe lat die we hadden gelegd. Het was mooi om te zien welke producties daarna volgden. Wij zijn gewoon de pioniers van de theatrale internetcultuur geweest.’ Met een sarcastische ondertoon vervolgt hij: ‘Daar hebben we láng niet genoeg erkenning voor gekregen in Annie M.G. Schmidt-nominaties.

In principe heb ik een hekel aan de hele recensiewereld. Je maakt een voorstelling, hebt één première en daarna volgt een soort bijltjesweek. Deze situatie was anders, omdat we niet direct afhankelijk waren van kaartverkoop. Maar normaal gesproken voelt het alsof een tour staat of valt met een recensie. Dat voelt willekeurig en oneerlijk.

Mijn recensies zijn over het algemeen goed, dus ik heb minder te klagen dan veel anderen. Maar het levert wel veel stress op. Ik zou prima kunnen leven in een wereld zonder recensies. Net als in een wereld zonder kunstprijzen trouwens. Kunst is geen wedstrijd, om er maar een cliché in te gooien.

Prijzen zijn fijn voor je ego en goed voor je status. Maar het is natuurlijk ook gewoon k*t dat je dat nodig hebt om je te bewijzen. Er worden zoveel mooie dingen gemaakt die misschien geen titel krijgen, maar absoluut de moeite waard zijn. Maar goed, als we dan toch in een wereld leven waarin prijzen schering en inslag zijn, dan kun je er maar beter voor genomineerd worden.

Dat juist dit nummer werd geselecteerd, vond ik heel leuk. Ik maakte er eigenlijk een heel saai punt mee. Het gaat alleen maar over dingen die traditie zijn en over hoe dat vervolgens als argument wordt gebruikt om die tradities in stand te houden. Dus dacht ik: ik schrijf het zo virtuoos mogelijk op. Ik was blij dat dat gelukt was. En ik was ook best boos dat we niet gewonnen hadden.’ Dezelfde sarcastische grimas verschijnt weer. ‘Die stomme Yentl & De Boer gingen er vandoor met mijn prijs. Zie je hoe onuitstaanbaar dit soort nominaties mij maken?’

Inmiddels werk je aan je elfde theaterproductie. Hoe houd je jezelf als maker scherp en gemotiveerd? En horen daar ook periodes van twijfel of minder inspiratie bij?

‘Het is vérschrikkelijk, dat maken. Je maakt me helemaal depressief met deze vragen.’ (lacht weer) ‘Maken is volslagen onzeker. Je moet jezelf altijd op het spel zetten, anders wordt het niet interessant. Voor mijn gevoel moet ik dus elke keer weer opnieuw beginnen. En als het niet goed uitpakt, voelt het alsof alles wat je eerder hebt gemaakt ook slecht is.

Natuurlijk weet je ergens wel dat dat niet zo is. Je wordt ervarener, dus ik weet in theorie wel hoe een goede voorstelling eruit moet zien, maar het blijft altijd k*t. Het proces van maken wordt nooit echt beter. Sterker nog: als het wél beter wordt…’ vraagt hij zich hardop af, ‘dit is gericht aan jonge mensen toch?’ ‘…dan ben je waarschijnlijk saai geworden als maker. Nee, ga er maar niet van uit dat het ooit beter wordt.

Afgelopen mei stond ik weer in Walhalla met de eerste opzet van mijn nieuwe voorstelling Bonobo. Dat kwam voort uit een verschrikkelijke periode. Mijn moeder was in januari overleden en daarna heb ik drie maanden lang volle bak getoerd. Vervolgens had ik één maand om dit programma te schrijven. Ik was dus aan het rouwen, gestrest en eigenlijk toe aan rust, terwijl ik moest schrijven. Het kon niet anders dan dat die rouw ook in het programma terechtkwam.

Volgens mij heeft dat mensen diep geraakt. Dus houd er maar rekening mee dat je moet lijden voor de kunst en dat het je als maker iets kost. Maar juist dat levert vaak de sterkste reacties en de meeste verbinding met het publiek op. Je kunt mensen ontroeren, raken, laten huilen, lachen, grommen of vechten, wat je maar wilt. Het kost veel, maar uiteindelijk levert het ook iets heel moois op. En dat is toch waarom we dit vak doen.

‘Tot slot: veel makers die nu bij Werkplaats Walhalla rondlopen staan nog aan het begin van hun carrière. Wat had jij graag eerder geweten toen je zelf nog aan het begin stond?

‘Poeh. Mijn eerste reactie op dit soort vragen is eigenlijk best afwijkend. Ik heb altijd een behoorlijk sterk kompas gehad voor wat ik wilde maken. En daar hoort ook een bepaalde monomane gekte bij. Misschien wil je juist niet te veel weten.

Ik kan me voorstellen dat als ik alles van tevoren had geweten, ik minder onbevangen en minder zelfverzekerd was begonnen. Toen ik mijn eerste album uitbracht, was ik ervan overtuigd dat de wereld erop zat te wachten. Dit worden radiohits! Maar niemand draaide het. Als ik dat toen had geweten, was ik er misschien nooit aan begonnen.

Dus ik denk dat het juist goed is om dingen níét te weten. Anders word je al te vroeg berekenend, minder explosief en verlies je de drang om de wereld op je eigen manier naar je hand te zetten.

Ik wil jonge makers eigenlijk helemaal niet vertellen wat ze nog zouden moeten weten. Er zijn vast allerlei tips die mijn carrière makkelijker hadden gemaakt, maar volgens mij trap ik nog steeds in dezelfde valkuilen.

Nee, ga heen en maak mooie dingen. Dat is de enige drive die je moet hebben. Het is een bepaalde gekte: je moet honderd procent zeker weten dat wat jij maakt goed is en dan gewoon blijven maken. Anders heb ik vernomen dat ze ook nog wel verplegers kunnen gebruiken.’ (lacht)

 

De Kettingbrief

Voor deze nieuwsbrief starten we met een nieuwe rubriek: de kettingbrief. Het idee is dat een maker, collectief of gezelschap een vraag stelt over iets waar zij in de praktijk tegenaan lopen. Die vraag wordt beantwoord in een ‘ingezonden brief’, waarna het stokje wordt doorgegeven door zelf weer een nieuwe vraag te stellen aan een ander maker, collectief of gezelschap. Zo blijft de brief rondgaan en bouwen we stap voor stap een ketting van ervaringen, vragen en inzichten. Wij openen de ketting met een vraag aan Club Satelliet.

‘Als je samen in een collectief of gezelschap werkt en geen structurele subsidie ontvangt, ontkom je er niet aan om taken te verdelen buiten het maakproces om. Denk aan marketing, zakelijke en productionele taken. Vaak is dit (deels) onbetaald. Hoe verdelen jullie deze taken, hoe zorg je ervoor dat de verdeling enigszins in balans blijft en hoe voorkom je scheve verhoudingen of spanningen binnen het team?’

Als ongesubsidieerd collectief ontkom je er inderdaad niet aan: naast het artistieke werk moet er ook gewoon marketing gedaan worden, de zakelijke administratie worden bijgehouden en de productie worden gedraaid. Omdat dit vaak grotendeels onbetaald is, is het een continu zoekproces om de balans te bewaren en te voorkomen dat de verhoudingen scheefgroeien. We pakken dit aan door open gesprekken te voeren en goed te kijken waar ieders kracht ligt.

We praten uitgebreid met elkaar over waar we goed in zijn, wat we leuk vinden en wat onze persoonlijke werkwijze is. Daarnaast communiceren we over onze beschikbaarheid en spreken we verwachtingen naar elkaar uit. Merken we dat de druk te veel bij één persoon komt te liggen? Dan maken we bewust ruimte om het gesprek hierover aan te gaan en de taken eventueel te herverdelen. Daarom is het ook zo belangrijk om alle zakelijke uren die worden gemaakt, bij te houden. Mocht er aan het einde van de rit of vanuit een project toch een zakelijk potje beschikbaar zijn, dan betalen we iedereen naar rato uit. Zo zorgen we ervoor dat ieders onbetaalde investering uiteindelijk eerlijk wordt beloond zodra het kan. Mocht belonen toch niet gaan bij een project, dan hebben we in ieder geval inzichtelijk of de verdeling een beetje gelijk is. Het blijft een zoektocht, maar door transparantie en onderling begrip houden we de samenwerking gezond en gelijkwaardig.

Onze Kettingbriefvraag aan Club Gewalt:

Hoe zorg je dat je zakelijk leider een volwaardig collectieflid wordt, ondanks dat die persoon niet direct bij het artistieke proces zelf betrokken is?

 

Tips & Tricks

Makersworkshop (gratis)
‘Theatrale & muzikale dramaturgie in musical en muziektheater’

Ben jij muziektheatermaker? Dan wil je dit niet missen! Schrijf je gratis in voor de workshop Theatrale & muzikale dramaturgie in musical en muziektheater, verzorgd door Jeroen van Wijhe en Marco Hoving.

In deze workshop duiken zij in de samenwerking tussen theatrale en muzikale dramaturgie, met voorbeelden uit bestaande werken. Denk aan vragen als: hoe bouw je een sterke spanningsboog, hoe maak je een goed openingsnummer en hoe gebruik je leidmotieven in je voorstelling?

Aansluitend is er een borrel en de seizoensafsluitende (vegan) Werkplaats-BBQ. Ook dit is gratis en je kunt je aanmelden via deze link: voor de workshop, voor de BBQ of natuurlijk allebei.

  • Datum: maandag 6 juli, schrijf je hier in!

    11:00 inloop
    11:30-13:00 deel 1
    13:00-14:00 lunch
    14:00-16:00 deel 2
    16:00 start naborrel met rond 17:00u de bbq

Terugblik

Werkplaats in Progress met MYNX

We kijken nog even terug op de allereerste aflevering van WIP, Werkplaats in Progress ❤️ Met de WIP geven we een uniek kijkje achter de schermen en zetten we de muziek in de spotlight. Voor de eerste aflevering was MYNX te gast. Zij wonnen in 2024 de Werkplaats Walhalla Pitch en werkten afgelopen zomer zes weken in de Werkplaats aan My Replika Is Better Than You, dat inmiddels is uitgegroeid tot een complete voorstelling en wegens succes in 2026-2027 op reprise gaat. Klik hier voor de Wip met MYNX in de hoofdrol!

Agenda

di 23 juni
Kom (via de gastenlijst 🤫) naar de Werkplaats Walhalla Pitch 2026

De spanning van een pitch: veel makers zullen het herkennen. Op 23 juni presenteren zes makers/gezelschappen hun plannen tijdens de Werkplaats Walhalla Pitchavond.

Een vakjury met Wille Brusse (Impresariaat De Mannen), Gido Broers (Festival Boulevard), Amir Vahidi (Club Gewalt), Mirte Hartland (Theater Bellevue) en Vincent van Warmerdam (theatermaker en componist) kiest één plan dat, met volledige ondersteuning van Werkplaats Walhalla, mag uitgroeien tot een voorstelling. Daarnaast wordt er ook nog een publieksprijs uitgereikt waarbij de winnaar een residentie en speelbeurt in Walhalla krijgt.

Nieuwsgierig naar de plannen? Kom langs op 23 juni! Meld je als nieuwsbrief-lezer gratis aan door een mail te sturen naar fleur@werkplaatswalhalla.nl.

 

Binnenkort te zien

Theater Walhalla